de nieuwe klinkenberg

De nieuwe Klinkenberg in Ede gaat plek bieden aan 120 bewoners die door een complexe zorgvraag straks veel zorg nodig hebben. Het gebouw is gelegen aan de Amsterdamdseweg en onderscheid zich onder andere door de parkachtige omgeving die in het landschap is mee ontworpen.

In nauwe samenwerking met Wiegerinck architecten en stedenbouw is door Studio id+ het interieurplan ontwikkeld voor het gehele gebouw.

Het landschap als integraal ontwerp

Integraal onderdeel van het plan is de toegang tot buiten en het landschap dat om het gebouw heen mee is ontworpen. Al vanaf de eerste schetsen is ervoor gekozen om het bouwvolume op te delen in vier losse gebouwen. Hierdoor ontstaat er ruimte voor een centraal binnenplein maar worden ook alle losse landschappen rondom de gebouwen interessant.

Hiervoor is dan ook een landschapsontwerp gemaakt waar op alle niveaus en in iedere bewegingsvorm gebruik van gemaakt kan worden. Het wordt zo heel aantrekkelijk gemaakt om naar buiten te gaan. Familie, mantelzorg of verplegend personeel worden aangemoedigd om bewoners even mee naar buiten te nemen.

De toegang tot buiten en het zo laagdrempelig mogelijk maken hiervan is ook één van de pijlers in het interieurontwerp geworden.  Ieder gebouw heeft een eigen lift die vrijwel direct toegang geeft tot buiten. Dat betekent wel dat we de route van en naar de lift in het gebouw zo duidelijk mogelijk willen maken. Maar ook dat we willen zorgen dat op weg terug eenvoudig de eigen verdieping kan worden herkend.

Op de verdiepingen is dit gedaan door belevingsplekken bij de liften te ontwerpen en door iedere verdieping een eigen identiteit te geven. Waarbij bij de lift aparte plekken zijn gecreëerd om later met losse inrichting nog verder te kunnen individualiseren en af te stemmen op de woongroep op de verdieping.

Het verbinden van kralen

Op iedere verdieping van een bouwblok bevinden zich 10 appartementen. De 10 appartementen delen samen een buurtkamer. Omdat twee bouwblokken ook weer aan elkaar gekoppeld zijn en de buurtkamers op de koppen van het gebouw liggen, wordt het ook aangemoedigd bij elkaar ‘te buurten’. Ofwel, om ook in een andere buurtkamer te kunnen verblijven.

Naast de buurtkamers zijn er ook op verschillende andere plekken ruimtes gemaakt. Deze plekken zijn ingericht om buiten het appartement ook nog te kunnen ontmoeten. Maar zijn ook plekken om te ‘beleven’. Een deel van de bewoners zal dementerend zijn en heeft behoefte aan een ondersteunende en leesbare omgeving. Een omgeving waar differentiatie is in prikkels en waar wat te beleven is.

We hebben de metafoor van een kralenketting gebruikt om de verschillende plekken met elkaar te verbinden. Daarbij is er een differentiatie in het niveau van prikkeling gemaakt. De buurtkamers zijn daarbij de meest prikkelrijk, terwijl de ruimtes aan het einde van de gang juist prikkelarm zijn. Het zijn plekken waar je je even terug kunt trekken, waar je de gang kunt overzien en naar buiten kunt kijken.

Om de lengte van de gangen te onderbreken en ook momenten van rust in de lengte in te bouwen zijn ook in de nissen van de gangen plekken gemaakt. Deze plekken zijn geaccentueerd in de afwerking van de wanden. In de losse inrichting zullen hier kleuraccenten aan toegevoegd worden.

Zicht in de nissen

Vanuit de gedachte om zowel licht als zicht in de gangen te krijgen zijn ramen in het interieurontwerp mee ontworpen. Naast het licht en zicht hebben de ramen ook nog een andere functie. Ze geven ruimte om je eigen appartement herkenbaar te maken door spullen voor het raam te plaatsen. Vanaf de gangzijde ondersteunt dit in het herkennen en vinden van je eigen appartement. Wat vooral ook voor dementerende bewoners enorm ondersteunend is. Daarbij maakt het voor deze zelfde groep ook dat er in de gangen wat te zien en te beleven is bij het doorlopen van de gangen.

Naast ieder kozijn is een kastje geplaatst waar ook aan de gangzijde spullen in geplaatst kunnen worden. Wederom vanuit de gedachte om te zien en te beleven maar ook om te herkennen.

Omdat gangen snel erg ritmisch worden is er in de architectuur al gekozen om de nissen te laten verspringen. Daarop verder gaande is er ook gekozen om zowel de ramen als de kastjes te differentiëren. Er zijn in totaal vier typen ramen met kastjes die per nis wisselen. Zo is geen enkele nis precies hetzelfde, wat ondersteunt aan de herkenning en het vinden van het eigen appartement.

De ramen aan de gangzijde zorgen voor licht en zicht in de gangen maar ook voor ruimte voor eigen spullen ter herkenbaarheid en maakt dat er wat te zien en te beleven is in de gangen.

studio id+

Rust en eenheid in het ontwerp; gesamtkunstwerk

Vanaf het schetsontwerp zijn architectuur, interieur en landschapsontwerp met elkaar geïntegreerd om gezamenlijk tot één totaal ontwerp te komen. In het interieur komt dit ook sterk tot uiting in de materialisatie. Voor de kozijnen van zowel deuren als de ramen is gekozen voor fraké hout. Een houtsoort die sterk op eiken lijkt met een rustige hout-toon. De wanden zijn neutraal gehouden en in de nissen zijn accentkleuren gebruikt. Per verdieping is er daarbij een eigen accentkleur gekozen. Dit wederom vanuit de gedachte van de herkenbaarheid per verdieping.

De vloeren hebben een hout uitstraling gekregen voor een huiselijk en warm karakter en sluiten nauw aan op de algemene beleving van het gebouw en de ruimtes. Daarin is gezocht naar rust en eenheid en een zekere eenheid in materialisatie.

U gebruikt een verouderde browser van Internet Explorer die niet meer wordt ondersteund. Voor optimale prestaties raden wij u aan om een nieuwere browser te downloaden. Hiervoor verwijzen wij u door naar:

browsehappy.com sluiten