Ruimte voor vergetelheid

Interieur en welzijn zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zeker bij kwetsbare groepen, zoals als ouderen met dementie, is een zorgvuldig ingerichte omgeving van groot belang. Toch bleef onderzoek naar de manier waarop interieurontwerp kan bijdragen aan het welbevinden van deze groeiende groep mensen lange tijd onderbelicht. In het onderzoek ‘Ruimte voor vergetelheid’ gingen initiatiefnemers Anja Dirks en Mariëlle Wetzels in 2013 op zoek naar concrete elementen om een aangename woonomgeving te creëren, die aansluit bij de beleving
van de oudere met dementie. Met subsidie van het Stimuleringsfonds en in samenwerking met meer dan zestig partners.

Beleving en interieur
Gebouw en interieur kunnen niet zonder elkaar. Maar het interieur – dat zo dicht bij de mens in het gebouw staat – is belangrijker voor de beleving, het welzijn en prikkels dan de buitenkant. Het onderzoek vraagt dan ook niet alleen aandacht voor de specifieke doelgroep, maar voor het ontwerpen vanuit het interieur. Waar routing, licht en materialisatie een aantal belangrijke ingrediënten zijn voor geslaagde (interieur)architectuur, begint studio id+ bij de gebruikers. ‘Voor ons staat de benadering van de (interieur) architectuur vanuit de mens in het gebouw en zijn of haar beleving voorop.’ Uiteraard zonder de integraliteit met het gebouw uit het oog te verliezen. Juist in het ontwerpen voor mensen met dementie, zijn de binnen- en binnenkant onlosmakelijk met elkaar verbonden. Uitspraken over bijvoorbeeld routing, de weg vinden of daglichttoetreding, zeggen impliciet ook wat over het gebouw.

In het onderzoek ‘Ruimte voor vergetelheid’ zijn we op zoek gegaan naar concrete elementen om een aangename woonomgeving te creëren, die aansluit bij de beleving
van de oudere met dementie.

Onderzoek 'Ruimte voor vergetelheid'

We beginnen binnen
Het interieur niet zien als inbouw achteraf, maar juist als uitgangspunt. Dat is zeker bij het ontwerpen voor ouderen met dementie, die meer dan anderen afhankelijk zijn van het ‘binnen’, een belangrijk uitgangspunt. Enerzijds zijn zij grotendeels aan hun woonomgeving gebonden, anderzijds beperkt de dementie hen om hun omgeving aan te passen of zichzelf naar de omgeving te kunnen schikken. De vermindering in keuzevrijheid, mobiliteit en cognitief vermogen hebben een dusdanige impact op de beleving – en daarmee het welzijn – dat de omgeving niet alleen comfortabel moet zijn, maar hen ook moet ondersteunen, begeleiden en prikkels moet reguleren.

Juist in het ontwerpen voor mensen met dementie, zijn de binnen- en binnenkant onlosmakelijk met elkaar verbonden. Uitspraken over bijvoorbeeld routing, de weg vinden of daglichttoetreding, zeggen impliciet ook wat over het gebouw.

Ontwikkelingen in de zorg
De ontwikkelingen in de zorg staan niet stil. Veranderingen vanuit de politiek, in de zorgfinanciering en bij de patiënten zelf hebben alle hun weerslag op de ouderenzorg, en met name de dementiezorg. De dubbele vergrijzing – meer ouderen die steeds ouder worden – betekent een groeiende zorgvraag, zowel in kwantiteit als
kwaliteit. De meeste mensen willen graag zo lang mogelijk thuis blijven wonen, maar toch zal de intramurale zorg niet verdwijnen. Maar dan niet in de vorm van verpleeghuizen, maar als woonzorggebouwen. Woongebouwen, waarin ook zorg wordt verleend.

‘Healing environment’
De verschuiving van het accent op wonen in plaats van zorgen is een algemeen zichtbare tendens in de zorg. Er komt steeds meer aandacht voor de mens in het gebouw, en het effect van het gebouw op de mens. Daarmee is het gebouw niet langer slechts een huls om de zorg, maar wordt het een integraal onderdeel van die zorg. Ook binnen de ouderenzorg en woonzorggebouwen voor mensen met dementie verschuift het accent naar het wonen, en is de zorg ondersteunend. ‘Net als thuis’ is daarbij een vaak gehoorde opvatting.

Woonvariatie
Aan het begin van het onderzoek signaleerde studio id+ een ontwikkeling van grootschalige zorggebouwen naar meer kleinschalige woonvormen. Kleine groepen van zes tot acht bewoners, die gemeenschappelijke voorzieningen als de woonkamer en keuken delen, ondersteund door een zorgmedewerker. Als het ware een klein huishouden, waar bewoners integraal onderdeel van uitmaken en in kunnen participeren. Bijvoorbeeld door te helpen met koken of het opvouwen van de was. Hiermee wordt het ‘net als thuis’ gevoel behouden en het uitvoeren van activiteiten heeft een positief effect op de gezondheid. Autonomie, zelfredzaamheid en het in stand houden van vaardigheden zijn daar voorbeelden van. Dit kleinschalige wonen
kan plaatsvinden in een grootschalige omgeving, met meerdere groepswoningen en gemeenschappelijke voorzieningen, maar ook als een ‘stand-alone’ in een wijk. Het onderzoek doet geen uitspraak over de zorgkeuze, maar is erop gericht om, los van de woonvorm, een passend interieur te ontwikkelen dat aansluit bij de beleving van de oudere met dementie.

Wetenschappelijke medische kennis, ruimtelijke aanbevelingen
Voor dit onderzoek bleken er nog weinig studies te zijn gedaan naar de invloed van de gebouwde omgeving op ouderen met dementie, maar vanuit andere onderzoeksgebieden was het belang van de invloed van de gebouwde omgeving al wel onderzocht. ‘Ruimte voor vergetelheid’ is gebaseerd op bestaande – veelal wetenschappelijke en medische – kennis en beoogt daarmee een brug te slaan tussen deze gebieden en de ontwerp- en bouwpraktijk. De kennis over dementie, de psychologie van gebouwen en de invloed van bijvoorbeeld licht op het welbevinden van de mens, locatiebezoeken en het idee van de ‘Healing Environment’ vormden de basis van de ontwerpscenario’s en ruimtelijke aanbevelingen.

Onderzoeksmethode
Het onderzoek is gestart met locatiebezoeken en een literatuurstudie. De daaruit opgedane kennis is gestructureerd binnen de thema’s licht, bewegen en waarnemen. Vervolgens is de kennis gefilterd op toepasbaarheid binnen een gebouwde omgeving  en door middel van ontwerpend onderzoek vertaald naar ontwerprichtlijnen en handvatten. Deze zijn getoetst in expertLAB’s, waarin een groep van circa vijftien experts uit de volle breedte van het werkveld, reflecteerde en verder meedacht. Gedurende het onderzoek is de kennis gedeeld door middel van een website en een lezingenreeks, en een breed netwerk opgebouwd. De haalbaarheid van een publicatie wordt nog onderzocht.

Het belang van licht
Het onderzoek raakt vrijwel aan alle thema’s binnen de waarneming van mensen met dementie, waar een ruimtelijke component invloed op kan hebben. Zoals (dag)licht, (kleur)contrasten, routing, way-finding, organisatie van de plattegrond, akoestiek, geurbeleving, zichtlijnen en tactiliteit. Naarmate we ouder worden hebben we bijvoorbeeld meer (dag)licht nodig, omdat de lichtgevoelige cellen in onze ogen minder goed gaan functioneren. Daarbij gaan oudere ogen vergelen en kunnen ze zich moeilijker accommoderen; aanpassen van licht naar donker. Mensen met dementie hebben daarbij ook niet meer het rationele vermogen om de functievermindering te compenseren. Daarmee wordt bijvoorbeeld een donkere gang voor hen opeens een onoverkomelijke hindernis, waar ze niet doorheen durven. Met een mindere zelfredzaamheid of zelfs agitatie als gevolg.

Biologische klok
Daglicht is niet alleen van belang voor goed zicht en oriëntatie, maar ook voor een goed werkende biologische klok. Die is niet alleen verantwoordelijk voor inslapen en ontwaken, maar ook voor processen als het regelen van lichaamstemperatuur, bloeddruk, ademhaling en hartslag. Het ziektebeeld dementie brengt in zichzelf al een verstoring van het waak- en slaapritme met zich mee. Mensen kunnen ‘s nachts slecht slapen en compenseren dat overdag. Onvoldoende licht versterkt dit probleem, met een hogere medicatie en zorgdruk als gevolg.

Binnen het onderzoek is medisch-/ wetenschappelijke kennis vertaald in ontwerptools die toepasbaar zijn in de gebouwde omgeving.

Uitkomst onderzoek

Concrete ontwerptools
De verstoringen in de waarneming leveren problemen op bij te weinig kleurcontrast in de omgeving, reflectie, verblinding of juist dus een te donkere omgeving. Een groot contrast is dan wenselijk, om de interieuronderdelen als vloer, wand en meubilair goed te kunnen onderscheiden of juist zaken uit het zicht te houden. Daarnaast is het –  juist bij deze groep mensen met een visuele beperking – belangrijk aandacht te geven aan de andere zintuigen. De geur in ruimtes, akoestiek of tactiliteit van materialen zijn dan ook waardevolle ontwerptools.

Meer weten? Neem dan contact met ons op!

Studio id+
U gebruikt een verouderde browser van Internet Explorer die niet meer wordt ondersteund. Voor optimale prestaties raden wij u aan om een nieuwere browser te downloaden. Hiervoor verwijzen wij u door naar:

browsehappy.com sluiten